Kanker in België vandaag

Hoe groot is de impact?

door Joachim Gotinck

Om de werkelijke impact van kanker in België te begrijpen, moeten we verder kijken dan alleen het aantal mensen dat eraan overlijdt. Kanker raakt immers ook de vele mensen die elk jaar de diagnose krijgen, én degenen die met of na de ziekte blijven leven. Dat brengt grote emotionele, sociale en economische uitdagingen met zich mee voor individuen, gezinnen én de hele samenleving.

In 2024 kreeg ongeveer 1 op de 146 mensen in België te horen dat ze kanker hadden. De verwachting is dat dit aantal tegen 2040 met zo’n 20% zal stijgen. Dat komt voornamelijk door de vergrijzing van de bevolking, een ongezonde levensstijl en omgevingsfactoren zoals vervuiling.

Wat heel belangrijk om weten is: kanker treft niet iedereen in gelijke mate. Mensen met een lager inkomen of een lagere opleidingsgraad worden vaak meer blootgesteld aan risicofactoren. Bovendien botsen zij vaker op drempels als het gaat om preventie, vroegtijdige opsporing en kwaliteitsvolle gezondheidszorg. Het gevolg? Kanker is niet enkel een medisch probleem, maar ook een zaak van sociale ongelijkheid.

Image: Lung Cancer Cells, Photograph by Ann Weston Francis Crick Institute (bron: Wellcome Collection).

Wat is kanker?

What is cancer?

Cancer is a group of diseases where abnormal cells grow uncontrollably, invade nearby tissues, and sometimes spread to distant organs. It occurs in virtually all tissues and organs. Without treatment it is deadly.

Who does it affect? Where does it occur?

Cancer can affect anyone, but risk increases with age and lower socio-economic position. Poor environmental quality and bad housing also play a role.

Diagnosis and treatment

Diagnosis uses clinical examination, imaging, biopsies, and laboratory tests. Treatment generally involves surgery, radiotherapy, chemotherapy, targeted therapy, or immunotherapy, depending on cancer type, stage, tumour biology, and patient health.

Prevention and control

Prevention includes vaccination, healthy diet, screening and avoiding risk factors such as tobacco and alcohol. Early detection and timely treatment significantly improve survival.

Meer dan een doodsoorzaak

Kanker is geen nieuwe ziekte. Wat wél is veranderd, is de manier waarop we de ziekte bestuderen en begrijpen.

In de afgelopen decennia hebben grote vorderingen in medische documentatie, bevolkingsgegevens en computertechnologie het kankeronderzoek compleet veranderd. In plaats van alleen te kijken naar het aantal mensen dat aan kanker overlijdt, kunnen onderzoekers nu het hele verloop van de ziekte volgen — van de diagnose tot de behandeling en de overleving.

Figuur 1: De impact van kanker meten

© Ineqkill Design 2026

Vandaag de dag stellen kankerregisters onderzoekers in staat om gedetailleerde informatie te verzamelen over elke nieuwe kankerdiagnose. Ze kunnen zien hoeveel mensen elk jaar kanker krijgen, hoe oud ze zijn, tot welke sociale groepen ze behoren en hoe lang ze na de diagnose blijven leven.

Dit betekent dat we kanker kunnen bestuderen aan de hand van verschillende meeteenheden, die elk een ander deel van de puzzel laten zien:

  • Kankerincidentie: het aantal mensen dat elk jaar de diagnose kanker krijgt.
  • Deelname aan screeningsprogramma’s: hoeveel mensen meedoen aan screeningsprogramma’s voor kankeropsporing, hetzij via een officiële uitnodiging of op eigen initiatief.
  • Stadium bij diagnose: hoe ver gevorderd de kanker is wanneer deze voor het eerst wordt ontdekt.
  • Overleving: hoeveel mensen een bepaald aantal jaren na de diagnose nog in leven zijn (vaak gemeten na 5 jaar).

Samen geven deze meeteenheden een veel completer beeld van de impact van kanker op de samenleving dan alleen het sterftecijfer.

Ze brengen ook iets belangrijks aan het licht: kanker treft niet iedereen op dezelfde manier. Iemands inkomen, opleiding, leefomstandigheden en de blootstelling aan de omgeving beïnvloeden allemaal de kans om kanker te ontwikkelen, vroegtijdig gediagnosticeerd te worden en de ziekte te overleven.

Daardoor wordt kanker niet langer alleen gezien als een individuele medische aandoening. Het wordt steeds meer begrepen als een volksgezondheidsvraagstuk dat gevormd wordt door de sociale en economische omstandigheden waarin mensen leven.

Begrijpen hoe patronen rond kanker in de loop der tijd veranderen, en waarom ze verschillen tussen sociale groepen, is dan ook essentieel om kanker in het België van vandaag te begrijpen.

Trends doorheen de tijd

Onze kennis over moderne kankertrends in België begint in 2004, toen de Stichting Kankerregister werd opgericht. Sinds die tijd wordt elke nieuwe kankerdiagnose geregistreerd via een landelijk systeem dat informatie verzamelt uit ziekenhuizen en laboratoria in het hele land. Dit maakt het mogelijk om te volgen hoe kankercijfers in de loop der tijd veranderen en om te identificeren welke groepen in de samenleving het zwaarst worden getroffen.

Als we kijken naar het totale aantal nieuwe kankerdiagnoses, is de trend duidelijk: sinds 2004 is dat aantal bijna elk jaar gestegen (Figuur 2). De enige opvallende uitzondering was 2020, toen de COVID-19-pandemie de gezondheidszorg verstoorde. Veel bevolkingsonderzoeken en niet-dringende medische afspraken werden toen uitgesteld, waardoor er dat jaar minder kankers werden gediagnosticeerd.

Figuur 2: Kankerincidentie volgens jaar en geslacht, 2004-2024

Bron: Belgian Cancer Registry.

Figuur 3: naar leeftijd gestandaardiseerde incidentiecijfers voor kanker

Bron: Belgian Cancer Registry.

Die stijgende aantallen betekenen echter niet noodzakelijk dat het risico voor een individuele persoon om kanker te krijgen ook toeneemt. De Belgische bevolking wordt immers steeds ouder, en leeftijd is een van de sterkste risicofactoren voor kanker. Naarmate meer mensen een hoge leeftijd bereiken, is het te verwachten dat er meer kankers worden vastgesteld, zelfs als het individuele risico gelijk blijft.

Om het effect van een vergrijzende bevolking te scheiden van de veranderingen in het kankerrisico zelf, gebruiken onderzoekers een methode die leeftijdsstandaardisatie wordt genoemd. Deze statistische techniek vergelijkt de kankercijfers alsof de leeftijdsopbouw van de bevolking in de loop der tijd hetzelfde is gebleven. In plaats van simpelweg het aantal gevallen te tellen, berekent ze het aantal diagnoses per 100.000 inwoners (Figuur 3).

Wanneer we corrigeren voor de vergrijzing, ontstaat er een ander beeld: sinds 2004 is het algemene risico om kanker te ontwikkelen bij mannen licht gedaald, terwijl het bij vrouwen licht is gestegen.

Het is ook belangrijk om te onthouden dat kanker zich vaak pas vele jaren na blootstelling aan een risicofactor ontwikkelt. Die vertraging noemen we de latentietijd. Mensen beginnen bijvoorbeeld vaak op jonge leeftijd met roken, maar longkanker ontwikkelt zich meestal pas decennia later. In veel gevallen kan er 20 jaar of meer zitten tussen de periode van roken en de diagnose van longkanker. Dit betekent dat de kankertrends van vandaag vaak een weerspiegeling zijn van gedrag en omgevingsfactoren uit een ver verleden.

Waarom treft kanker niet iedereen op dezelfde manier?

Figuur 4: Sociale factoren die onze gezondheid bepalen

Gebaseerd op Healthy People 2030 Infographic, U.S. Department of Health and Human Services (© Ineqkill Design).

Omdat onderzoekers nu toegang hebben tot gedetailleerde gegevens, kunnen ze bestuderen hoe kanker verschillende groepen mensen treft. Op het eerste gezicht lijkt kanker misschien een ziekte die willekeurig toeslaat. In werkelijkheid worden de kansen van iemand om kanker te krijgen — én om de ziekte te overleven — sterk beïnvloed door hun sociale en economische omstandigheden.

Deze verschillen staan bekend als sociale gezondheidsongelijkheden. Ze zijn gekoppeld aan factoren zoals inkomen, beroep en opleidingsniveau, die het leven van mensen op vele manieren vormen. Ze beïnvloeden bijvoorbeeld:

  • Dagelijkse leefomstandigheden: waaronder de toegang tot gezonde voeding, veilige huisvesting, groene ruimtes en de mate van blootstelling aan vervuiling of chronische stress.
  • Toegang tot gezondheidszorg: waaronder de financiële mogelijkheid om medische zorg te betalen, een dokter te bezoeken wanneer dat nodig is en deel te nemen aan bevolkingsonderzoeken naar kanker.

Om deze ongelijkheden te onderzoeken, hebben onderzoekers een betrouwbare manier nodig om mensen met verschillende sociale achtergronden te vergelijken. Een van de nuttigste indicatoren hiervoor is het opleidingsniveau.

Een opleiding wordt doorgaans  afgerond wanneer men jong is en blijft meestal gedurende het hele leven van een persoon ongewijzigd. Dat maakt het een stabiele maatstaf voor de sociaal-economische status. In tegenstelling tot inkomen of beroep — die in de loop der tijd kunnen veranderen (bijvoorbeeld door werkloosheid) of door ziekte beïnvloed kunnen worden — heeft dit geen invloed op het opleidingsniveau.

Opleiding vormt ook vele andere aspecten van het leven. Het heeft invloed op de jobs die mensen kunnen krijgen, het inkomen dat ze verdienen, de buurten waarin ze wonen en hun toegang tot informatie en kansen die een goede gezondheid ondersteunen. Dit maakt het een krachtige indicator om te begrijpen hoe sociale omstandigheden gedurende het hele leven het risico op kanker en de overlevingskansen vele jaren later kunnen beïnvloeden.

Figuur 4 illustreert hoe deze sociale determinanten samen de gezondheidsuitkomsten bepalen.

Om te begrijpen hoe ongelijk de ziektelast van kanker in België verdeeld is, vergelijken onderzoekers vaak mensen aan de uiteinden van de opleidingsladder.

Stel je twee Belgische mannen voor tussen de 50 en 79 jaar. Frank heeft een universitair diploma en staat voor het hoogste opleidingsniveau. Luc heeft de school zonder diploma verlaten en vertegenwoordigt het laagste opleidingsniveau. Door hun ervaringen te vergelijken, wordt de impact van het opleidingsniveau op de gezondheid later in het leven duidelijk geïllustreerd (Figuur 5).

Bij longkanker is het verschil treffend. In vergelijking met Luc heeft Frank 62% minder kans om de diagnose longkanker te krijgen en 63% minder kans om aan de ziekte te overlijden. Dit benadrukt de sterke band tussen sociale omstandigheden en gezondheid.

De vergelijking toont ook aan waarom het belangrijk is om naar zowel de diagnoses als het aantal overlijdens te kijken. Melanoom, een vorm van huidkanker, is daar een goed voorbeeld van. Frank heeft meer dan twee keer zoveel kans om de diagnose melanoom te krijgen als Luc, maar zijn risico om eraan te sterven is slechts 10% hoger.

Dit vertelt ons iets belangrijks. Hoewel mensen met een hoger opleidingsniveau vaker de diagnose melanoom krijgen, hebben zij een veel grotere kans om de ziekte te overleven. Vroegtijdige opsporing, betere toegang tot de zorg, een groter bewustzijn van waarschuwingssignalen en een snellere behandeling spelen hierbij mogelijk allemaal een rol.

Door diagnoses en overlijdens samen te bekijken, ontdekken we dus niet alleen wie een grotere kans heeft om kanker te krijgen, maar ook wie de beste kansen heeft om de ziekte te overleven.

Figuur 5: Sociale verschillen in kanker: het risico van Frank vergeleken met dat van Luc

Bron: STATBEL en Belgian Cancer Registry; berekeningen door de auteur.

Waar je staat op de sociale ladder kan een diepe impact hebben op je gezondheid. Het beïnvloedt je blootstelling aan risicofactoren, hoe snel je nieuwe gezondheidsadviezen overneemt en zelfs je kansen om een kankerdiagnose te overleven.

Maar, zoals we hebben gezien bij kankers als melanoom en dikkedarmkanker, zijn deze ongelijkheden niet onvermijdelijk. Ze verschillen per ziekte en kunnen in de loop der tijd veranderen. Dat betekent dat ze ook verkleind kunnen worden.

Door betrouwbare gezondheidsinformatie voor iedereen begrijpelijker te maken, gezondere leefomgevingen te creëren en ervoor te zorgen dat bevolkingsonderzoek, preventie en de nieuwste medische vooruitgang voor iedereen toegankelijk zijn — ongeacht opleiding of inkomen —, kunnen we helpen deze kloof te dichten.

Het doel is simpel: een toekomst waarin je kansen om kanker te krijgen of te overleven minder worden bepaald door je sociale omstandigheden, en meer door de kwaliteit van de zorg en de kansen die voor iedereen beschikbaar zijn.

De verhalen van Frank en Luc tonen aan dat kanker niet louter een kwestie van toeval of biologie is. Sociale en economische omstandigheden spelen eveneens een bepalende rol in wie kanker krijgt en wie de ziekte overleeft.

Een laatste les uit deze vergelijkingen is dat sociale ongelijkheden niet voor elk type kanker hetzelfde zijn. De kloof tussen mensen met verschillende opleidingsachtergronden kan bij sommige kankers erg groot zijn en bij andere bijna afwezig.

Neem bijvoorbeeld longkanker en dikkedarmkanker. Beide behoren tot de meest voorkomende kankers bij mannen, maar ze laten heel verschillende patronen zien. Bij longkanker heeft Frank een veel lager risico op zowel de diagnose als op overlijden aan de ziekte dan Luc. Bij dikkedarmkanker zijn de verschillen echter klein: hun kansen op een diagnose zijn vrijwel gelijk en het verschil in sterfte is relatief bescheiden. Dit toont aan dat sociale ongelijkheden afhangen van de specifieke oorzaken, risicofactoren en mogelijkheden voor preventie en vroegtijdige opsporing die met elk type kanker samenhangen.

Je vraagt je misschien ook af waarom Frank veel vaker de diagnose melanoom krijgt dan Luc. De belangrijkste risicofactor voor melanoom is blootstelling aan ultraviolet (UV) straling van de zon. Hoogopgeleiden gaan traditioneel vaker op zonnige vakanties naar het buitenland, wat hun levenslange blootstelling aan UV-straling vergroot.

Gezondheidsgedrag verandert niet van de ene op de andere dag. Wanneer er nieuw bewijs over een gezondheidsrisico opduikt, kan het decennia duren voordat gedragsveranderingen zichtbaar worden in kankerstatistieken. Onderzoek toont aan dat mensen met een hogere opleiding nieuwe gezondheidsadviezen vaak sneller overnemen. Zo waren zij over het algemeen bij de eersten die minder gingen roken toen de gezondheidsrisico’s daarvan bekend werden. Dit helpt verklaren waarom zij nu een veel lager risico op longkanker hebben.

Een vergelijkbaar proces is mogelijk gaande bij melanoom. Hoewel hoogopgeleide groepen in het verleden meer aan de zon zijn blootgesteld, hebben zij ook sneller beschermend gedrag overgenomen, zoals het gebruik van zonnebrandcrème en het vermijden van overmatige blootstelling aan de zon. Omdat de tijdspanne tussen blootstelling en de ontwikkeling van een melanoom erg lang kan zijn, worden de voordelen van deze veranderingen mogelijk pas in de komende jaren zichtbaar.

Onze publicaties

Wilt u meer weten over ons onderzoek naar kanker in België? Hieronder vindt u onze gepubliceerde artikelen:

  • Gotink, J., Rosskamp, M., Silversmit, G., Verdoodt, F., & Gadeyne, S. (2024). Exploring educational disparities in breast cancer dynamics: a comprehensive analysis of incidence, death within 5 years of diagnosis, and mortality in the Belgian context. BMC Cancer, 24(1), 1-12. (https://doi.org/10.1186/s12885-024-13145-1).
  • Gotink, J., Verdoodt, F., & Gadeyne, S. (2026). Decomposing educational inequalities in cancer mortality: the roles of incidence and survival in Belgium, 2004-2013. Social Science & Medicine, 398, 1-9. (https://doi.org/10.1016/j.socscimed.2026.119152).

Literatuur

Databronnen