Wanneer begon het sterftecijfer in België te dalen?​

Vóór de 19de eeuw verliep de sterfte in België, net als elders in Europa, erg onregelmatig. Mislukte oogsten en epidemieën konden het aantal sterfgevallen plots enorm doen stijgen, terwijl de geneeskunde toen nog maar weinig mogelijkheden had om ziekten te voorkomen of te behandelen. In de loop van de 19de eeuw begon dit te veranderen. Steeds minder mensen stierven op jonge leeftijd en de levensverwachting nam toe. Deze langdurige daling van de sterfte, ook wel de sterftetransitie genoemd, behoort tot de belangrijkste demografische veranderingen van de laatste twee eeuwen. Maar die omslag begon niet overal op hetzelfde moment en verliep evenmin overal even snel.

De kaarten en video laten zien wanneer de sterfte tussen 1841 en de Eerste Wereldoorlog in de Belgische gemeenten systematisch begon te dalen. Zo wordt zichtbaar waar de sterftedaling het allereerst inzette en welke gebieden later volgden.

Weten waar en wanneer die daling begon, kan ons helpen begrijpen welke factoren daarbij een rol speelden. Denk bijvoorbeeld aan betere sanitaire voorzieningen, betere levensstandaard, vooruitgang in de medische kennis en de geleidelijke uitbouw van de volksgezondheid (hospitalen en huisartsen).

Waar begon de daling het eerst?

De kaart en de video maken meteen duidelijk dat de sterftedaling niet overal op hetzelfde moment begon.

In sommige gemeenten zette ze al vroeg in, namelijk vanaf 1840. Dat was vooral het geval in het westen van België, met name in West- en Oost-Vlaanderen, en in delen van de provincie Namen. Andere gemeenten vertoonden een aanzienlijke achterstand. De sterfte bleef er hoog tot in de jaren 1870 of 1880. Dat was het geval in het zuidoosten van België, vooral in de Ardennen, en in een brede zone die van Charleroi via Brussel naar Antwerpen liep.

Bron: Rijksarchief Brussel, Loop van de bevolking, 1841-1914; Quetelet Center, Databanken HISSTER en LOKSTAT; berekeningen door de auteurs.

Lokale patronen en mogelijke verklaringen

Clusters van vroege en late dalingen in het sterftecijfer in België

Bron: zie de eerste kaart.

De kleuren geven verschillende patronen weer:

  • Vroeg–Vroeg (donkerblauw): de sterfte begon vroeg in de 19de eeuw te dalen, net als in de omliggende gemeenten.
  • Vroeg–Laat (lichtblauw): de sterfte begon vroeg te dalen, terwijl dat in de omliggende gemeenten later in de 19de eeuw gebeurde.
  • Gemiddeld (wit): er is geen duidelijk lokaal patroon.
  • Laat–Vroeg (zalmkleurig): de sterfte begon laat te dalen, terwijl de omliggende gemeenten eerder waren.
  • Laat–Laat (rood): de sterfte begon laat te dalen, net als in de omliggende gemeenten

Deze kaart toont waar gemeenten met een vroege of late sterftedaling bij elkaar in de buurt lagen.  Zo kunnen we nagaan of naburige gemeenten een vergelijkbare ontwikkeling doormaakten.

Is dit patroon eenvoudigweg een weerspiegeling van de bekende tegenstelling tussen Vlaanderen en Wallonië? De kaart laat zien dat het verhaal ingewikkelder is. Gemeenten waar de sterfte vroeg begon te dalen, lagen vaak bij elkaar in de buurt. Hetzelfde geldt voor gemeenten waar de daling pas later inzette. Dat wijst erop dat lokale omstandigheden belangrijk waren. Naburige gemeenten hadden vaak een vergelijkbare leefomgeving en levensstandaard, werden met dezelfde epidemieën geconfronteerd en voerden mogelijk vergelijkbare maatregelen op het gebied van volksgezondheid.

De vroege sterftedaling in delen van Vlaanderen kan bovendien gedeeltelijk samenhangen met de uitzonderlijk hoge sterfte die deze gebieden eerder in de 19de eeuw hadden gekend. Denken we maar aan de grote economische crisis van de jaren 1840 en de cholera-epidemie van 1848-49. Toen de levensstandaard, sanitaire voorzieningen of bestrijding van ziekten verbeterden, was er daardoor ook meer ruimte voor een sterke daling.

Het zuiden van de provincie Namen lijkt een ander verhaal te vertellen. De sterfte was er eerder in de eeuw immers al relatief laag. De daling die rond 1840 zichtbaar wordt, kan daarom voor een deel een terugkeer zijn naar dat lagere niveau na een tijdelijke stijging van de sterfte in de jaren 1830.

Gemeenten waar de sterftedaling laat begon, lagen meer verspreid. Sommige grensden zelfs rechtstreeks aan gemeenten waar de daling veel eerder was ingezet. Ook dat toont aan dat de sterftedaling in België niet simpelweg langs de grens tussen Vlaanderen en Wallonië verliep. Lokale verschillen waren minstens zo belangrijk.

Van lokale verschillen naar nationale verandering

Samen laten de kaarten nog een belangrijke ontwikkeling zien. Gedurende een groot deel van de 19de eeuw vertoonden naburige gemeenten vaak vergelijkbare sterftepatronen. Waar mensen woonden, maakte dus veel uit. Vanaf het einde van de jaren 1890 werd dat lokale verband veel minder sterk. Tegen die tijd was de sterfte in bijna heel België systematisch beginnen te dalen.

Dat wijst erop dat bredere ontwikkelingen geleidelijk belangrijker werden. Betere transportverbindingen en voedselvoorziening, nieuwe medische kennis, de uitbouw van het volksgezondheidsbeleid en verbeteringen in de levenstandaard bereikten steeds grotere delen van België. Daardoor werden de lokale verschillen die de 19de eeuw hadden gekenmerkt geleidelijk kleiner.

De sterftedaling in België was dus geen nationale omslag die overal tegelijk plaatsvond. Het was een geleidelijk en ongelijk proces. Aanvankelijk speelden lokale omstandigheden een belangrijke rol. Later zorgden bredere sociale, economische en medische veranderingen ervoor dat de daling zich over vrijwel het hele land verspreidde.

Verken meer artikels over sterfte trends in België  Major trends in mortality