Dementie
Een opkomende doodsoorzaak die vrouwen harder treft
Door Janna Dinneweth
Stel je voor dat je 51 jaar oud bent en geleidelijk je grip op de werkelijkheid verliest. Je geheugen begint je in de steek te laten, woorden ontglippen je, vertrouwde gezichten worden onherkenbaar en dagelijkse routines veranderen in verwarring…
Dit was de ervaring van Auguste Deter, die in 1901 werd opgenomen in een psychiatrische instelling in Frankfurt. Haar ongebruikelijke symptomen trokken de aandacht van Alois Alzheimer, een jonge psychiater en neuroloog. Zo begon de zoektocht naar de oorzaken van dementie en naar wat we vandaag de dag de ziekte van Alzheimer noemen.
In België is dementie, net als in veel landen met een hoog inkomensniveau, de afgelopen decennia uitgegroeid tot een belangrijke doodsoorzaak, vooral bij oudere vrouwen. Volg ons en ontdek hoe wetenschappelijke vooruitgang gepaard ging met een groeiend bewustzijn van de ziekte en een toenemend aantal patiënten.
Afbeelding: Model van een brein, vroege 20ste eeuw, Foto door David Matos (bron: ©Unsplash).
Wat is dementie?
Wat is dementie?
Dementie is een syndroom van cognitieve achteruitgang dat het geheugen, het redeneervermogen, de taal en het dagelijks functioneren aantast. Het is het gevolg van neurodegeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer.
Wie treft het en waar?
Dementie treft voornamelijk oudere volwassenen en komt daardoor vaker voor in landen met een hoog inkomen en een vergrijzende bevolking. De wereldwijde ziektelast neemt toe.
Diagnose en behandeling
De diagnose is gebaseerd op een klinische beoordeling, waarbij neurobeeldvorming de nauwkeurigheid kan verbeteren. Er bestaat geen genezende behandeling, waardoor de behandeling vooral gericht is op het beheersen van symptomen en het bieden van ondersteuning.
Preventie en controle
Hoewel dementie ongeneeslijk is, hangen bepaalde beïnvloedbare risicofactoren, zoals hoge bloeddruk en lichamelijke inactiviteit, samen met een verhoogd risico. Volksgezondheidsbeleid richt zich daarom steeds meer op preventie.
Het eerste bekende geval van de ziekte van Alzheimer
Nadat Auguste Deter in 1906 overleed (figuur 1), voerde Alois Alzheimer een post-mortemonderzoek uit. Daarbij identificeerde hij karakteristieke afwijkingen in haar hersenen (amyloïde plaques en neurofibrillaire kluwens) die later kenmerkend zouden worden voor de ziekte die zijn naam draagt.
Hoewel beschrijvingen van dementie teruggaan tot de oudheid, vormden de observaties van Alzheimer het begin van de moderne medische conceptualisering ervan. Wat begon als een zeldzame casus, is sindsdien uitgegroeid tot een van de meest urgente volksgezondheidsvraagstukken in vergrijzende samenlevingen. De ziekte van Alzheimer wordt vandaag erkend als de meest voorkomende vorm van dementie.
Figuur 1: Auguste Deter
In België is dementie, net als in veel landen met een hoog inkomen, uitgegroeid tot een belangrijke doodsoorzaak, vooral bij oudere vrouwen. Verschillende factoren hebben bijgedragen aan de toename van het aantal geregistreerde gevallen van dementie, waaronder veranderingen in medische classificaties, een grotere bewustwording bij zorgverleners en de vergrijzing van de bevolking.
Aan het begin van de 21ste eeuw werd dementie steeds vaker geregistreerd als de primaire doodsoorzaak in plaats van als een secundaire aandoening. Deze verandering weerspiegelt niet alleen een daadwerkelijke verschuiving in de volksgezondheid, maar ook veranderende praktijken rond zorg aan het einde van het leven en de manier waarop doodsoorzaken worden geregistreerd.
Een korte geschiedenis
De aandacht voor geheugenproblemen op oudere leeftijd gaat terug tot het oude Griekenland. Denkers zoals Pythagoras vergeleken de ouderdom met de kindertijd, omdat ze een achteruitgang van de intellectuele capaciteiten bij oudere mensen observeerden. Solon waarschuwde dat veroudering het beoordelingsvermogen kon beïnvloeden (in juridische context). Artsen, waaronder Hippocrates, schreven deze veranderingen toe aan lichamelijke onevenwichten, zoals een teveel aan ‘zwarte gal’.
Vanaf de 17de eeuw begonnen artsen veranderingen in de hersenen in verband te brengen met cognitieve achteruitgang. Ze observeerden dat veranderingen in de hersenen het gedrag konden beïnvloeden. De term ‘amentia senilis’ werd gebruikt om geheugenverlies bij oudere volwassenen te beschrijven.
Tegen het einde van de 19de eeuw begonnen onderzoekers de hersenen meer in detail te bestuderen (figuur 2). Dementie werd in verband gebracht met hersenkrimp en er werden vormen van dementie beschreven die veroorzaakt werden door vasculaire problemen. In 1838 maakte Jean Esquirol een onderscheid tussen dementie die veroorzaakt werd door veroudering en verstandelijke beperkingen die vanaf de geboorte aanwezig waren. Niet iedereen was het daar echter mee eens: in België werden deze aandoeningen nog tot in 1869 samen geregistreerd.
In het begin van de 20ste eeuw identificeerde Alois Alzheimer de plaques en kluwens die vandaag synoniem zijn met de ziekte van Alzheimer. De aandoening werd in 1910 officieel ‘ziekte van Alzheimer’ genoemd. Decennialang werd de ziekte als zeldzaam beschouwd, totdat ze in de jaren 1970 werd erkend als de belangrijkste oorzaak van dementie bij oudere volwassenen.
Vandaag hebben wetenschappers nieuwe manieren ontwikkeld om de ziekte van Alzheimer op te sporen en te behandelen, waaronder technieken om veranderingen in de hersenen zichtbaar te maken en geneesmiddelen die de ziekte kunnen helpen vertragen. Toch blijft dementie ongeneeslijk en zijn er nog veel onbeantwoorde vragen over de oorzaken en behandeling ervan.
Figuur 2: Studie van de hersenen, 1896
Sterfte aan dementie doorheen de tijd
In het 19de-eeuwse België was dementie zeldzaam en werd de aandoening bij de registratie van doodsoorzaken niet duidelijk onderscheiden van andere psychische aandoeningen (figuur 3). Artsen volgden oudere ideeën, zoals die van de 17e-eeuwse Engelse arts Thomas Willis, die verschillende vormen van ‘dwaasheid’ samenbracht en deze in verband bracht met problemen in de hersenen die veroorzaakt werden door veroudering, ziekte of letsel. Daarom combineerden officiële Belgische registers dementie met ‘idiotie’. In 1869 rapporteerde het Belgische Ministerie van Binnenlandse Zaken 286 sterfgevallen door ‘dementie en idiotie’.
Vanaf de 20ste eeuw is dementie een steeds vaker voorkomende doodsoorzaak geworden. Figuur 4 toont dat dementie begin jaren 1970 verantwoordelijk was voor minder dan 1% van alle sterfgevallen. Sindsdien nam dit aandeel gestaag toe.
Figuur 3: Sterfgevallen door ‘dementie en idiotie’ werden samengeteld in de Belgische registratie van doodsoorzaken
Figuur 4: Percentage sterfgevallen door dementie, België,
1954-2020
Bron: STATBEL; berekeningen door de auteur.
In de jaren 1970 overleed minder dan 1% van de mannen en vrouwen aan dementie. In de daaropvolgende decennia eiste dementie steeds meer slachtoffers, tot 4% van alle sterfgevallen onder mannen en 9% van alle sterfgevallen onder vrouwen in 2019. Opvallend is dat vrouwen altijd vaker aan dementie zijn overleden dan mannen. Het groeiende aantal mensen dat aan de ziekte overlijdt, benadrukt deze blijvende genderongelijkheid, zelfs nu de levensverwachting van mannen en vrouwen meer naar elkaar toe is gegroeid.
Sekseverschillen in het ontstaan van dementie worden vaak verklaard door verschillende factoren. Ten eerste leven vrouwen doorgaans langer dan mannen, waardoor hun kans om dementie te ontwikkelen groter is. Ten tweede hadden vrouwen vroeger minder jaren onderwijs, terwijl onderwijs een beschermende factor is tegen het ontwikkelen van de ziekte. Tot slot verliezen vrouwen na de menopauze beschermende hormonen zoals oestrogeen, die mogelijk een beschermend effect hebben op de hersenen. Het verlies van deze hormonen kan vrouwen op latere leeftijd kwetsbaarder maken voor het ontwikkelen van dementie.
Waar eist dementie de meeste levens?
De geografische spreiding van sterfte door dementie in België is doorheen de tijd sterk veranderd.
De kaarten in figuur 5 tonen de evolutie van dementie tussen 1970 en 2019. We zien een sterke toename van het aantal sterfgevallen. In 1970 en 1990 vonden de meeste sterfgevallen door dementie plaats in Vlaanderen. In 2000 en 2010 waren de aantallen gelijkmatiger over het land verspreid. In 2018 kende Vlaanderen opnieuw een hogere sterfte door dementie dan de rest van België, wat duidelijk zichtbaar is op de kaart.
Milieugebonden, sociale en administratieve verschillen kunnen helpen verklaren waarom de sterftecijfers door dementie in Vlaanderen hoger liggen. Ten eerste leven mensen in Vlaanderen doorgaans langer dan in andere regio’s, en komt dementie vaker voor op hogere leeftijden. Regio’s met een hogere levensverwachting hebben daardoor ook meer kans om sterfgevallen door dementie te registreren.
Ook andere factoren kunnen een rol spelen. Vlaanderen is dichter bevolkt, wat betekent dat meer mensen dicht bij elkaar wonen. Dichtbevolkte gebieden kennen vaak meer verkeer en industriële activiteit, wat kan leiden tot hogere niveaus van luchtverontreiniging. Steeds meer onderzoek suggereert dat langdurige blootstelling aan luchtverontreiniging de gezondheid van de hersenen kan beïnvloeden en het risico op het ontwikkelen van dementie op latere leeftijd kan verhogen. Deze verontreinigende stoffen kunnen in de bloedbaan terechtkomen en op termijn bijdragen aan ontstekingen en schade in de hersenen.
Ook sociale en economische omstandigheden kunnen een rol spelen. Verschillen in bijvoorbeeld het soort werk, inkomen of sociale ondersteuning kunnen de gezondheid gedurende de levensloop beïnvloeden en het risico op dementie op latere leeftijd beïnvloeden.
Tot slot kunnen er ook verschillen bestaan in de manier waarop sterfgevallen worden geregistreerd. Artsen in verschillende regio’s registreren dementie niet altijd op dezelfde manier op overlijdensakten. Deze verschillen kunnen gedeeltelijk het gevolg zijn van variaties in medische opleiding, waaronder de universiteiten waar artsen hebben gestudeerd, in rapporteringsrichtlijnen of zelfs in taal. Daardoor kunnen sommige regio’s meer sterfgevallen door dementie lijken te hebben, simpelweg omdat dementie daar vaker als doodsoorzaak wordt geregistreerd, terwijl de onderliggende gezondheidspatronen vergelijkbaar zijn.
Figure 5: Sterfte door dementie per gemeente, 1970-2018
Voor leeftijd gestandaardiseerde totale sterftecijfers door dementie (per 10.000 inwoners van 45 jaar en ouder), 1970, 1990, 2000, 2010 en 2018.
Bron: STATBEL; berekeningen door de auteur.
Ongelijkheid in sterfte door dementie
Figuur 6: Sterfte door dementie naar opleidingsniveau bij oudere volwassenen in België, 2011-2016
Bron: STATBEL; berekeningen door de auteur.
Niet iedereen loopt hetzelfde risico om met dementie te overlijden. In België tonen gegevens uit de periode 2011 tot 2016 sociale ongelijkheden bij mensen van 65 jaar en ouder. Zowel opleidingsniveau als inkomen hadden een duidelijke invloed op het risico om aan dementie te overlijden.
Figuur 6 toont de sterfte door dementie naar opleidingsniveau voor zowel mannen als vrouwen. Het opleidingsniveau is verdeeld in drie groepen: laag (geen onderwijs of enkel lager onderwijs), gemiddeld (lager of hoger secundair onderwijs) en hoog (enige vorm van hoger onderwijs, zoals hogeschool of universiteit).
De figuur toont dat mensen met een lager opleidingsniveau vaker aan dementie overlijden dan mensen met een hoger opleidingsniveau. Ook blijkt dat vrouwen met een laag opleidingsniveau bijzonder vaak aan dementie overlijden.
Ook inkomen speelt een rol, maar het effect verschilt tussen mannen en vrouwen, zoals te zien is in figuur 7. Bij mannen is het patroon eenvoudig: mannen met een lager inkomen hebben een grotere kans om aan dementie te overlijden. Over het algemeen geldt dat hoe minder inkomen mannen hebben, hoe groter hun kans is om aan dementie te overlijden. De enige kleine uitzondering is de groep met de hoogste inkomens, waar het aantal sterfgevallen iets hoger ligt dan in de groep met een gemiddeld inkomen.
Bij vrouwen is het patroon minder duidelijk. Vrouwen in de tweede inkomensgroep hebben het hoogste aantal sterfgevallen door dementie. Vrouwen in de groep met de hoogste inkomens hebben daarentegen het laagste totale aantal sterfgevallen.
Deze bevindingen tonen dat sociale en economische verschillen niet alleen invloed hebben op hoe lang mensen leven, maar ook op hoe ze sterven, waaronder hun kans om met dementie te overlijden.
Figuur 7: Sterfte door dementie naar inkomensniveau bij oudere volwassenen in België, 2011-2016
Bron: STATBEL; berekeningen door de auteur.
Onze publicaties
Wil je meer weten over ons onderzoek naar dementie in België? Hieronder kan je onze gepubliceerde artikels bekijken:
- Dinneweth, J., & Gadeyne, S. (2024). Socioeconomic disparities in neurodegenerative disease mortality: a population-based study among Belgian men and women aged 65 or older. INQUIRY: The Journal of Health Care Organization, Provision, and Financing, 61. (https://doi.org/10.1177/00469580241237113).
- Dinneweth, J., & Gadeyne, S. (2024). Unravelling the evolution of neurodegenerative disease mortality: insights from 50 years of Belgian data. Space, Populations, Societies, 2023/3-2024/1. (https://doi.org/10.4000/12tpx).
- Dinneweth, J., & Gadeyne, S. (2025). Linking social and environmental indicators to neurodegenerative disease mortality in Belgian municipalities using spatial regression analysis. Brussel: Vrije Universiteit Brussel, BRISPO. (https://doi.org/10.5281/zenodo.14859170).
- Dinneweth, J., Van den Borre, L., & Gadeyne, S. (2026). Occupational class and dementia mortality: evidence from Belgian census-linked data. BMC Public Health, 26(1). (https://doi.org/10.1186/s12889-026-27207-5).
- Eggerickx, T., Sanderson, J.P., & Vandeschrick, C. (2020). Mortality in Belgium from nineteenth century to today: variations according to age, sex, and social and spatial contexts. Quetelet Journal, 8(2), 7-59.
Literatuur
- Livingston, G., et al. (2024). Dementia prevention, intervention, and care: 2024 report of the Lancet standing Commission. The Lancet, 404(10452), 572-628.
- Berchtold, N.C., & Cotman, C.W. (1998). Evolution in the conceptualization of dementia and Alzheimer’s disease: Greco-Roman period to the 1960s. Neurobiology of aging, 19(3), 173-189.
- Grand, J., & Feldman, H. (2007). Historical concepts of Alzheimer’s disease and dementia. In Atlas of Alzheimer’s Disease(pp. 1-26). London: Informa Healthcare.
- Goedert, M., & Ghetti, B. (2007). Alois Alzheimer: his life and times. Brain pathology, 17(1), 57-62.
- Assal, F. (2019). History of dementia. Front Neurol Neurosci, 44, 118-126.
- Vatanabe, I.P., Manzine, P. R., & Cominetti, M.R. (2020). Historic concepts of dementia and Alzheimer’s disease: from ancient times to the present. Revue neurologique, 176(3), 140-147.
- Maheshwari, S., et al. (2024). Navigating the dementia landscape: biomarkers and emerging therapies. Ageing Research Reviews, 94. (https://doi.org/10.1016/j.arr.2024.102193).
Databronnen
- Documents statistiques publiés par le Département de l’intérieur, 1869.
- STATBEL, Mortaliteitsdatabanken, 1969-2020.
