Tuberculose
De stille moordenaar van de 19de eeuw
Door Valentin Charlier en Sarah Heynssens
Eeuwenlang was tuberculose een van de dodelijkste ziekten waarmee de mensheid werd geconfronteerd. Mogelijk maakte zij meer slachtoffers dan enige andere ziekte. Ook in België bleef tuberculose tot ver in de 19de eeuw een belangrijke doodsoorzaak, vooral toen verstedelijking en industrialisering de leefomstandigheden ingrijpend veranderden.
Maar trof de ziekte iedereen in dezelfde mate? We bekijken hoe tuberculose het leven van mensen in België beïnvloedde – en hoe haar dodelijke impact uiteindelijk werd teruggedrongen.
Afbeelding: La Miseria door Cristobal Rojas, 1886, Olie op doek (bron: Galería de Arte Nacional, Caracas- Venezuela).
Wat is tuberculose?
Wat is tuberculose?
Tuberculose is een besmettelijke ziekte veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium tuberculosis. De ziekte treft meestal de longen, maar kan ook andere organen aantasten. Typische symptomen zijn aanhoudende hoest, koorts, vermoeidheid en gewichtsverlies.
Waar komt het voor?
Tuberculose komt wereldwijd voor en was vooral in de 19de en vroege 20ste eeuw een belangrijke doodsoorzaak in België. De ziekte verspreidde zich gemakkelijk in dichtbevolkte en onhygiënische omgevingen en hing sterk samen met armoede en slechte leefomstandigheden.
Diagnose en behandeling
De uitvinding van de stethoscoop en de röntgenfoto maakte een betere diagnose mogelijk. Vóór de komst van antibiotica waren de behandelingsmogelijkheden beperkt: rust en gezonde voeding waren de voornaamste remedies. Dit veranderde in 1943, toen antibiotica voor het eerst een echte genezingskans boden.
Preventie en bestrijding
Betere huisvesting en leefomstandigheden droegen bij aan de historische daling van tuberculose. Toch blijft de ziekte wereldwijd een belangrijke doodsoorzaak. Resistente stammen van de bacterie nemen toe en veel mensen hebben geen toegang tot een goede behandeling.
Geschiedenis van tuberculose
Tuberculose is één van de oudste ziekten uit de menselijke geschiedenis. Sporen van de infectie zijn aangetroffen in menselijke resten uit het neolithicum. Ook in medische geschriften uit het oude Egypte, India en Griekenland werd de ziekte al beschreven. Omdat tuberculose het lichaam geleidelijk verzwakt, stond zij lange tijd bekend als phthisis of ‘tering’. De werkelijke oorzaak bleef eeuwenlang echter een mysterie. Veel mensen dachten dat de ziekte erfelijk was of voortkwam uit een verstoring van het evenwicht binnenin het lichaam.
Tijdens de industriële revolutie groeide tuberculose uit tot een grote volksgezondheidscrisis. Door de snelle verstedelijking aan het begin van de 19de eeuw trokken grote aantallen mensen naar overbevolkte steden. Slechte huisvesting, gebrekkige sanitaire voorzieningen en ondervoeding creëerden er ideale omstandigheden voor de verspreiding van de ziekte. Rond 1850 was tuberculose in veel geïndustrialiseerde landen doodsoorzaak nummer één; zij was verantwoordelijk voor 15 tot 20% van alle sterfgevallen.
België vormde daarop geen uitzondering. In 1851 waren infectieziekten verantwoordelijk voor ongeveer 40% van alle sterfgevallen. Tuberculose was veruit de dodelijkste van deze ziekten: zij veroorzaakte 18,7% van alle overlijdens, aanzienlijk meer dan longontsteking (4,1%), enteritis (4,1%) en kinkhoest (2,9%) (Figuur 1). Tuberculose bleef tot ver in de 20ste eeuw een van de belangrijkste doodsoorzaken in België.
Aan het einde van de 19de eeuw volgden enkele belangrijke doorbraken. In 1865 toonde de Franse arts Jean-Antoine Villemin aan dat tuberculose besmettelijk was. Zeventien jaar later identificeerde de Duitse arts en microbioloog Robert Koch de bacterie Mycobacterium tuberculosis als de oorzaak van de ziekte. Deze ontdekkingen veranderden de strijd tegen tuberculose ingrijpend. Zij leidden tot betere hygiënemaatregelen, inspanningen om besmetting te voorkomen en de oprichting van sanatoria, waar patiënten werden verzorgd en afgezonderd om verdere verspreiding te beperken.
Klik op de namen van de ziekten om ze in de grafiek weer te geven of te verbergen.
Figuur 1: Percentage sterfgevallen door de belangrijkste infectieziekten in België
1851-1978
Bron: Exposé de la situation du royaume, 1851-1900; Documents statistiques, 1857-1869; Annuaire statistique de la Belgique, 1870-1978; berekeningen door de auteurs.
Toen wetenschappers éénmaal begrepen dat tuberculose besmettelijk was, verschoof de aanpak geleidelijk van de behandeling van individuele patiënten naar het voorkomen van de verspreiding van de ziekte. Volksgezondheidsmaatregelen richtten zich op betere huisvesting, voeding, sanitaire voorzieningen en arbeidsomstandigheden. Patiënten met besmettelijke tuberculose werden bovendien steeds vaker opgenomen in sanatoria. In de eerste helft van de 20ste eeuw werden deze gespecialiseerde instellingen een belangrijk onderdeel van de strijd tegen tuberculose. Ze boden langdurige zorg en hielpen tegelijk de verspreiding van de ziekte in te dammen.
Een andere belangrijke stap was de ontwikkeling van het BCG-vaccin (Bacille, Calmette-Guérin) aan het begin van de 20ste eeuw. In 1928 werd het door de Volkenbond veilig verklaard. In België bleef het gebruik ervan echter lange tijd beperkt. Veel artsen twijfelden aan de doeltreffendheid ervan en een nationaal vaccinatieprogramma kwam er niet.
Figuur 2: Ziekenzaal in het Elisabethsanatorium in Sijsele in 1932
Een volgende belangrijke doorbraak kwam er in 1947, toen de eerste doeltreffende antibiotica tegen tuberculose beschikbaar kwamen. Deze geneesmiddelen brachten een revolutie teweeg in de behandeling van tuberculose en vergrootten de overlevingskansen van patiënten aanzienlijk.
Tegen die tijd was de tuberculosesterfte echter al tientallen jaren aan het dalen, voornamelijk dankzij verbetere levensomstandigheden, gezonde voeding en maatregelen op het gebied van volksgezondheid zoals de isolatie van besmettelijke patiënten. Sommige onderzoekers wijzen ook op een mogelijk toenemende weerstand van de bevolking tegen de ziekte.
De geschiedenis van tuberculose toont dus dat medische innovaties alleen niet volstaan om verbeteringen in de volksgezondheid te verklaren. De sterfte begon al te dalen vóór vaccins en antibiotica op grote schaal beschikbaar waren. Medische vooruitgang versnelde die daling, maar bouwde voort op veranderingen die al in gang waren gezet door een betere volksgezondheid en verbeterende sociale omstandigheden.
Ook vandaag blijft tuberculose een wereldwijd gezondheidsprobleem. Hoewel er een doeltreffende behandeling beschikbaar is, treft de ziekte kwetsbare bevolkingsgroepen nog steeds onevenredig zwaar. Aanhoudende armoede en ongelijke toegang tot gezondheidszorg spelen daarbij een belangrijke rol. Daarnaast verhogen hiv/aids, diabetes, roken en druggebruik het risico om actieve tuberculose te ontwikkelen.
Van 1 op de 5 sterfgevallen naar bijna verdwenen
Figuur 3 toont hoe de tuberculosesterfte in België doorheen de tijd evolueerde. Toen de Belgische overheid in 1851 begon met de nationale registratie van doodsoorzaken, was tuberculose veruit de dodelijkste infectieziekte van het land. Dat jaar eiste de ziekte 17.730 levens, bijna 1 op de 5 sterfgevallen.
Het aantal sterfgevallen door tuberculose bleef vervolgens stijgen en bereikte in 1865 een piek van 19.478 doden. Die hoge sterfte hing nauw samen met de toenemende industrialisering. In de jaren 1840 trokken veel Belgen van het platteland naar de industriesteden, op zoek naar werk. Die steden boden nieuwe economische kansen, maar ook overbevolkte woningen, slechte sanitaire voorzieningen, zware arbeidsomstandigheden en wijdverspreide ondervoeding. Al deze factoren maakten mensen vatbaarder voor tuberculose en bevorderden de verspreiding van de ziekte.
In 1866 merken we een tijdelijke daling. België werd toen getroffen door een zware cholera-epidemie. De tuberculosesterfte nam dat jaar niet af omdat de ziekte minder gevaarlijk was geworden, maar omdat cholera veel slachtoffers maakte onder dezelfde kwetsbare bevolkingsgroepen. In de de 19de eeuw werden mensen vaak tegelijk blootgesteld aan verschillende dodelijke infectieziekten. Na 1870 begon de tuberculosesterfte aan een langdurige en gestage daling.
Figuur 3: Sterfte door tuberculose in België, 1851–1978.
Bron: Exposé de la situation du royaume, 1851-1900; Documents statistiques, 1857-1869; Annuaire statistique de la Belgique, 1870-1978; berekeningen door de auteurs.
De vroegste sterftecijfers moeten met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Vóór 1903 werd het aantal sterfgevallen dat aan tuberculose werd toegeschreven waarschijnlijk overschat. Artsen beschikten toen nog niet over betrouwbare methoden om de ziekte van andere chronische luchtwegaandoeningen te onderscheiden. Aandoeningen met gelijkaardige symptomen – zoals aanhoudende hoest, gewichtsverlies en koorts – werden vaak onder brede diagnostische categorieën samengebracht.
De ontdekking van de tuberculosebacterie door Robert Koch in 1882 verbeterde de herkenning van de ziekte. Een even belangrijke stap volgde in 1903, toen België ook de eerste Internationale Classificatie van Ziekten invoerde. Voordien werd tuberculose vaak opgenomen in de brede categorie ‘phthisis en andere chronische ziekten’. Dankzij de nieuwe classificatie kon tuberculose nu beter van andere luchtwegaandoeningen worden onderscheiden. Het geregistreerde aantal tuberculosegevallen daalde daardoor sterk. Die daling weerspiegelt dus grotendeels een verandering in registratiepraktijken, niet een plotselinge verbetering van de volksgezondheid.
In de 20ste eeuw bleef de tuberculosesterfte doorlopend dalen, met opflakkeringen tijdens de wereldoorlogen. Overbevolking, voedseltekorten, slechte hygiëne, bevolkingsverplaatsingen en schade aan de gezondheidszorginfrastructuur creëerden omstandigheden waarin tuberculose zich gemakkelijker kon verspreiden en vaker tot ernstige ziekte leidde. Toch zette de algemene dalende trend door. In 1978 werden in België nog 296 sterfgevallen aan tuberculose toegeschreven, minder dan 1% van alle overlijdens.
Tuberculose vandaag
Hoewel tuberculose vandaag relatief zeldzaam is in België, blijft de ziekte wereldwijd één van de dodelijkste infectieziekten. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie kregen in de voorbije jaren naar schatting 10,9 miljoen mensen wereldwijd tuberculose als diagnose. Ongeveer 1,09 miljoen mensen stierven aan de ziekte. De grootste ziektelast ligt in Zuidoost-Azië en Afrika, waar gezondheidszorgsystemen vaak voor grote uitdagingen staan bij het opsporen van patiënten en de behandeling van resistente vormen van tuberculose.
De behandeling is doeltreffend, maar veeleisend. Een antibioticakuur duurt doorgaans enkele maanden en vereist een nauwgezette medische opvolging. Ook gezonde voeding en stabiele leefomstandigheden spelen een belangrijke rol bij het herstel.
Was tuberculose vooral een ziekte van de industriële regio's?
Figuur 4: Sterfte door tuberculose, 1890–1950 (%)
Bron: Rijksarchief Brussel, Loop van de bevolking, 1890-1950; berekeningen door de auteurs.
De kaarten in Figuur 4 tonen dat tuberculose aan het einde van de 19de eeuw wijdverspreid was in België, maar dat de impact van de ziekte sterk verschilde van regio tot regio. In 1890 lag de sterfte in het hele land relatief hoog. Verschillende stedelijke districten, waaronder Brugge, Brussel en Leuven, vielen op door bijzonder hoge cijfers.
Steden boden gunstige omstandigheden voor de verspreiding van tuberculose. Overbevolkte woningen, gebrekkige sanitaire voorzieningen, beperkte toegang tot zuiver drinkwater en een slechte afvalverwerking verhoogden het risico op infectieziekten. Nauw contact tussen mensen en ondervoeding maakten de bevolking bovendien extra kwetsbaar.
In Vlaanderen beperkte de hoge tuberculosesterfte zich echter niet tot industriële centra. Ook in armere plattelandsdistricten, vooral rond Tongeren en Hasselt in Limburg, werden enkele van de hoogste sterftecijfers vastgesteld. Dit patroon houdt waarschijnlijk verband met de economische moeilijkheden na de landbouwcrisis en de neergang van de rurale textielnijverheid in de jaren 1840 en 1850. Goedkopere, fabrieksmatig geproduceerde textielwaren zetten de traditionele huisnijverheid toen onder zware druk. Armoede, slechte voeding en lagere borstvoedingscijfers – die de weerstand van kinderen tegen infecties verminderden – droegen waarschijnlijk bij aan de hoge sterfte in deze regio’s.
Tegen 1910 zou het geografische patroon terug veranderen. De tuberculosesterfte daalde fors en de verschillen tussen districten werden kleiner. Zeer hoge pieken kwamen minder vaak voor en beperkten zich steeds meer tot een kleiner aantal plaatsen. Meer districten belandden in de groep met een gemiddelde of zelfs lage sterfte. Deze trend zette zich voort na de Eerste Wereldoorlog.
Maar tegen 1930 was het geografische patroon opnieuw veranderd. Verschillende districten die eerder een zeer hoge sterfte kenden, vertoonden opmerkelijke verbetering. Al bleven sommige gebieden relatief hoge cijfers registreren. Deze veranderende patronen tonen aan hoe de geleidelijke invloed van betere huisvesting en voeding, volksgezondheidsmaatregelen en een groeiend inzicht in de preventie van tuberculose een rol konden spelen.
Wie werd het zwaarst getroffen door tuberculose? Veranderde dit doorheen de tijd?
Figuur 5: De terugkeer van de mijnwerkers
Doorheen de geschiedenis werden zowel mannen als vrouwen zwaar getroffen, maar vaak om verschillende redenen. In de 19de eeuw en de eerste decennia van de 20ste eeuw leken vrouwen – vooral jonge vrouwen – bijzonder kwetsbaar. Dat verhoogde risico hing nauw samen met hun leefomstandigheden. Vrouwen hadden vaak minder toegang tot gezond voedsel en gezondheidszorg, terwijl zwangerschap en bevalling net extra risico’s inhielden. In delen van Vlaanderen werkten bovendien veel jonge vrouwen in de textielindustrie. Slecht geventileerde fabrieken, lage lonen en wijdverspreide ondervoeding maakten hen extra vatbaar voor tuberculose.
In de loop van de 20ste eeuw veranderde dit patroon geleidelijk aan. Tuberculose werd steeds vaker bij mannen geregistreerd, vooral in de tweede helft van de eeuw. Een belangrijke verklaring is de beroepsmatige blootstelling. Veel stereotiepe mannelijke beroepen in de mijnbouw en zware industrie beschadigden de longen en verhoogden zo het risico op tuberculose (Figuur 5). Dit was bijzonder zichtbaar in de industriegebieden van Wallonië, waar tuberculose vaker voorkwam bij mannen dan bij vrouwen.
Deze veranderende patronen tonen dat de impact van tuberculose niet alleen door biologische factoren werd bepaald, maar ook door de sociale en economische omstandigheden waarin mensen leefden en werkten.
Ook het leeftijdsprofiel van tuberculose veranderde doorheen de tijd. Tussen de jaren 1930 en het begin van de jaren 1950 eiste de ziekte de meeste slachtoffers onder adolescenten en volwassenen tussen 15 tot 54 jaar: het deel van de bevolking dat aan het werk was.
Na de Tweede Wereldoorlog verschoof de tuberculosesterfte geleidelijk naar oudere leeftijdsgroepen. In de jaren 1950 waren de meeste mensen die aan tuberculose overleden ouderen.
Verschillende factoren helpen deze evolutie te verklaren. Jongere generaties profiteerden van betere voeding en leefomstandigheden, vooruitgang in de volksgezondheid en later ook doeltreffendere behandelingen. Daardoor was hun kans om aan de ziekte te overlijden kleiner. Tegelijk vergrijsde de Belgische bevolking, waardoor het aantal kwetsbare ouderen toenam.
Ook beroepsfactoren speelden mogelijk een rol. Veel oudere werknemers hadden decennialang gewerkt in de mijnbouw of zware industrie, waar langdurige blootstelling aan schadelijke stoffen de longen had aangetast. In combinatie met hun hogere leeftijd maakten zulke arbeidsomstandigheden hen vatbaarder voor tuberculose en andere luchtwegaandoeningen.
Het veranderende leeftijdsprofiel van tuberculose weerspiegelt dus zowel een verbeterende volksgezondheid als bredere demografische en sociale veranderingen in de Belgische samenleving tijdens de twintigste eeuw.
Sterfte door tuberculose hing sterk samen met armoede en industrialisering, maar ook de positie die mensen in de samenleving innamen, bepaalde hun risico. Tuberculose was ooit de belangrijkste doodsoorzaak in Europa en een bepalend kenmerk van het stedelijke leven in de 19de eeuw. De daling van de ziekte – mogelijk gemaakt door betere leefomstandigheden, hervormingen in de volksgezondheid en wetenschappelijke ontdekkingen – geldt als een van de grote successen van de publieke volksgezondheid.
Ook vandaag blijft tuberculose vooral voorkomen waar armoede, overbevolking en beperkte toegang tot gezondheidszorg aanhouden. Haar geschiedenis toont hoe sterk gezondheid wordt bepaald door sociale en economische omstandigheden, en dat vooruitgang in de strijd tegen ziekte niet alleen afhangt van geneeskunde, maar ook van hoe ongelijk een samenleving is verdeeld.
Onze publicaties
- Charlier, V., Devos, I., Eggerickx, T. & Vanwambeke, S.O. (2024). The geography of tuberculosis mortality in Belgium between 1889 and 1991: a descriptive analysis. Space, Populations, Societies, 2023/3-2024/1.(https://doi.org/10.4000/12tpr).
- Eggerickx, T., Sanderson, J.P., & Vandeschrick, C. (2020). Mortality in Belgium from nineteenth century to today. Quetelet Journal, 8(2), 7‑59. (https://doi.org/10.14428/rqj2020.08.02.01).
- Eggerickx, T., & Tabutin, D. (1994). La surmortalité des filles en Belgique vers 1890. Population, 49(3), 657-684. (https://doi.org/10.2307/1533962).
- Devos, I. (1996). La régionalisation de la surmortalité des jeunes filles en Belgique entre 1890 et 1910. Annales de démographie historique, 1996(1), 375‑407. (https://doi.org/10.3406/adh.1996.1928).
- Devos, I. (2006). Allemaal beestjes: mortaliteit en morbiditeit in Vlaanderen, 18de-20ste eeuw. Gent: Academia Press.
- Devos, I., & Van Rossem, T. (2015). Urban health penalties: estimates of life expectancies in Belgian cities, 1846-1908. Journal of Belgian History, 45(4), 74-109.
Literatuur
- Davies, P. D. O. (2005). Risk factors for tuberculosis. Monaldi Archives for Chest Disease, 63(1). (https://doi.org/10.4081/monaldi.2005.656).
- Deligne, C. (2016). Industrialisation, manure and water quality in the 19th century: the Senne river in Brussels as a case study. Water History, 8(3), 235‑255. (https://doi.org/10.1007/s12685-016-0163-0).
- Dyd, C., Lönnroth, K., Jaramillo, E., Williams, B., & Raviglione, M. (2009). Trends in tuberculosis incidence and their determinants in 134 countries. Bulletin of the World Health Organization, 87(9), 683‑691. (https://doi.org/10.2471/BLT.08.058453).
- Glaziou, P., Floyd, K., & Raviglione, M. (2018). Trends in tuberculosis in the UK. Thorax, 73(8), 702‑703. (https://doi.org/10.1136/thoraxjnl-2018-211537).
- Mackenbach, J.P. (2020). A history of population health: rise and fall of disease in Europe. Leiden: Brill Rodopi.
- Van Helden, P.D. (2003). The economic divide and tuberculosis: tuberculosis is not just a medical problem, but also a problem of social inequality and poverty. EMBO Reports, 4(S1). (https://doi.org/10.1038/sj.embor.embor842).
- Wanlin, M. (2018). Tuberculosis in Belgium before, during, and after World War II. In Progress in Respiratory Research(pp. 144-151). Bazel: S. Karger AG. (https://doi.org/10.1159/000481482).
- World Health Organization. (2024). Global tuberculosis report 2024: 1.2 TB mortality (geraadpleegd op 7 september 2026 via https://www.who.int/teams/global-programme-on-tuberculosis-and-lung-health/tb-reports/global-tuberculosis-report-2024/tb-disease-burden/1-2-tb-mortality).
Databronnen
- Annuaire statistique de la Belgique, 1870-1978.
- Documents statistiques publiés par le Département de l’intérieur, 1857-1869.
- Exposé de la situation du royaume, 1851-1860, 1861-1875, 1876-1900.
- Rijksarchief Brussel, Loop van de bevolking en van de burgerlijke stand, 1890-1950.
